zaterdag 19 augustus 2017

Afwassen



Vorige week schreef ik (en citeer moi): “Vakantie. Heerlijk! Een hele vakantie niet afwassen en strijken…”
    Over strijken heb ik het gehad, de afwas moet gedaan.

In tente van Valen klinkt steevast: ik kook dus jij doet de afwas. Een uitspraak die ik in huize van Valen niet durf uit te spreken. Niet dat ik het thuis anders zie, maar omdat het thuis moet volgens moeders regels. Het moet goed!
    Niet dat Marcel het niet goed kan. Zeker wel. Hij is goed. Goed in het niet goed doen, zodat ik het de volgende keer wel weer zelf doe. Na ruim 24 jaar samen weet ik niet of hij het expres niet goed doet of het gewoon echt niet kan? Of hij bedot mij of ik ben de enige specialist.

Op de camping is alles ineens anders. Daar klinkt vanaf de eerste avond luid en duidelijk: ik kook dus jij doet de afwas. Voor discussie geef ik geen ruimte, want ik heb mijn beentjes al hoog en mijn neus in een tijdschrift.

Wat jij (misschien) niet weet, is dat we elk jaar een paar oefenweekenden hebben in het Zuid Limburgse Heuvelland. Daar is een perfect oefenterrein met de naam Camping Oosterberg. Noem het de trainingskamp vóór Frankrijk: kapotte zaken worden hersteld, toiletpapier bijgevuld, verloren bestek aangevuld en moertjes, schroefjes of boutjes vervangen. Alles ter voorbereiding op het echte werk in Frankrijk.

Daar zitten we dan na ons eerste avondmaaltje klaar om uit te buiken. Ik kijk mijn tafelgenoten triomfantelijk aan.
    ‘Ik hoef lekker niet af te wassen. Deze afterdinner-puinhopen zijn voor jullie.’ Ik loop de tent in en kom terug met mijn voetenkrukje en een boek van Lieneke Dijkzeul. Spannend hoor; wie heeft de moord gepleegd?
    Ik negeer de triomfhatelijke uitdrukkingen op twee gezichten tegenover me.

Tijdens het verzamelen van de vaat, wijst Benjamin naar het sanitair gebouw. In de goot staat een flesje. Zo eentje van Spa met bubbels. Hij staat daar netjes rechtop, alsof iemand de bottleflip heeft geprobeerd en het lukte! Het lukt mij zelfs niet op tafel, laat staan in de dakgoot.
    ‘Die fles moet daaruit.’ zegt Benjamin. Gek eigenlijk hoe zoiets onzinnigs zo kan uitdagen. Ik wil die fles daar ook weg hebben, het hoort in de prullenbak.

Benjamin denkt tegen muren te kunnen lopen en rent op de muur af, maar stuitert even snel terug. Drie pogingen later, zijn tong op zijn heupen en een gezicht met de kleur van een radijs, ploft hij in de stoel.
    ‘Dat gaat dus niet zo gemakkelijk. Afwassen is makkelijker,’ klink ik wat afwezig.
    ‘Als het jou in één poging lukt die fles uit de goot te halen, doe ik de afwas voor jullie. Eén poging!’ Het is Marcel die de uitdaging bedenkt.
    ‘Dat lukt ze nooit, pak er ook lekker jouw boek bij.’ Valt mijn wantrouwen op?

De afwas wordt genegeerd, de tent ondersteboven gekeerd. Een vegertje blijkt te kort, de parasol met stang komt niet in de buurt, op Celine’s nek is Benjamin lang niet lang genoeg, maar we hebben touw.
    Cowboy Benji weet onverwacht snel een lasso te knopen en oefent wat met de autospiegel. Hij mist elke poging. Hij zet een fles in het gras, maar behalve rondom grassprieten komt de lasso nergens omheen.

Niet veel later vraagt Benjamin of hij op Celine’s nek mag. Via de nabijstaande picknicktafel klautert hij op haar nek, zij loopt richting gebouw en samen ontdekken ze de vergeten lasso. Celine loopt met haar last terug naar de tafel, Benjamin klimt van haar nek, raapt het touw op, gaat terug naar de tafel, zoekt zijn plek in Celine’s nek en bepaalt hun plek op juiste afstand van de goot en fles.
    ‘De afwas had allang klaar kunnen zijn.’
    ‘Denk er om, één poging!’, roept er eentje naast me.

Daar staan ze dan de een met de ander op haar nek. Hij draait wat met de lasso en draait en zwaait en draait. Ik geniet van broer en zus samen in actie. En de lasso draait en draait. Een moeder ziet toch het liefst haar schaapsjes vriendschappelijk samen, zelfs als ze samen falen. De lasso draait de zoveelste duizelingwekkende rondte om met een flinke zwaai de lucht in te gaan.
    ‘Dit wordt ‘m,’ roept Benjamin het touw na. Ik hou mijn adem in. Zal het lukken?

Natuurlijk lukt het! Celine danst met Benjamin op d’r nek een rondedansje. Zegevierend zet Benjamin de fles voor Marcels neus. Hem heb ik zelden zo sip zien kijken.
    ‘Dit kan toch niet?! Nu moet ik afwassen. Jij gaat zeker niet helpen hè.’
    ‘Ik heb gekookt.’
    ‘Mensen zullen me vast zielig vinden als ik het alleen doe of denken dat jij een luie vrouw bent.’
    ‘Nee joh, iedereen denkt: die heeft het goed voor elkaar, zij heeft de ideale man. En die heb ik toch?’



 

















zondag 13 augustus 2017

Strijken



Vakantie.
    Heerlijk! Een hele vakantie niet afwassen en strijken, dat doen de mannen maar.

Vakantie.
    Je kent het wel, kleding dat eerder netjes (en met één oog kijkend naar een serie) wordt gevouwen of gestreken, ontmoet een uur later een stapeltje in de kast of vindt een plekje aan het kledingrek. Om een paar dagen laten opgepropt te worden in een koffer. Garantie voor kreukels to be.

Liever laad ik de hele kledingkast in de auto (weg met het welk-jurkje-kan-wel-en-welk-jurkje-gaat-niet-mee keuzeprobleem), maar de auto bleek niet groot genoeg. Vandaar de koffers, wat mijn werk zo nutteloos maakt. Eens zo strak nu de kronkels.

Ik vraag me zomaar ineens af waarom ik steeds in die draaimolen stap van wassen, ophangen, afhalen, strijken, vouwen en opbergen en dat wekelijks in rewind. Als ik vanaf nu alles ophang en laat bungelen tot het nodig is, worden er direct wat tussenstops uitgelast. Alles netjes op kleur in de kast is ineens niet meer belangrijk. De gewonnen vrije tijd wel.

Vakantie.
    De kasten worden verruild voor koffers. Even slikken om een dag later gewend te zijn aan de koffers. Gelukkig is de auto ook één grote rode koffer; heel handig voor alle buiten- en zwembadspul, alle schoeisel en onnodige regenkleding.

Een paar dagen later totaly into kamperen, stapt Benjamin de tent binnen en stoort me tijdens het omdraaien van de kipfilets. In zijn blote bast staat hij naast me met een t-shirt in zijn handen.
    ‘Mam…’
    ‘Wacht even, waar is mijn zonnebril?’ Ik houd mijn handen voor mijn ogen.
    ‘Daar,op het kastje,’ wijst zoonlief, ‘maar hoezo heb jij die nodig?’
    ‘Kijk naar jouw buik!’
    ‘Wat is daarmee?’
    ‘Die is akelig wit, het doet pijn aan mijn ogen. Trek gauw dat t-shirt aan.’
    ‘Deze?’, hij houdt het voor mijn neus omhoog, ‘die trek ik echt niet aan, het is een totale verfrommeling. Ik schaam me een rimpel. Kan jij ‘m niet even strijken?’
    ‘Tuurlijk! Pak jij even de strijkplank en –bout, dan doe ik het gelijk even,’ en snijd de komkommer ondertussen in plakjes.
    ‘Heb je die bij je dan?’
    ‘Nee, natuurlijk niet! En als ik ze al mee had, dan zou bij het inpluggen van de stekker in één klap de hele camping zonder stroom komen te staan. Iets met elektrische apparaten en teveel stroom dat het lust. Iets met ampère’s en watjes. Oh nee, wel ampère’s, ik ben het watje dat het maar niet wil begrijpen. Waar jij examen deed in Natuurkunde liet ik het zo snel mogelijk vallen. Dat leek me beter dan mezelf te laten vallen.’
    ‘En nu, wat doe ik zonder strijkspullen?’
    ‘Niets, tenzij je de opblaasbare versies ervan kan vinden? Ik zeg: trek gewoon dat shirt aan, pet en zonnebril erbij op en wegwezen.’
    ‘Waarom die pet en bril?’
    ‘Dan herkent niemand je. En nu de tent uit, ik moet tafel dekken.’

Marcel stapt de tent in.
    ‘Wat moet er gestreken worden?’
    ‘Benjamin zit met een verfrommeld shirt en dacht dat ik die wel even kon strijken!’
    ‘Het idee, je hebt vakantie!’ Manlief staat op, kijkt vluchtig de tent in, loopt om de tent, rommelt in de dissel en komt met lege handen terug. Volgens mij ruikt hij de oplossing, maar zoekt waar de lucht vandaag komt.

Ineens ruikt hij het en doet Benjamin en mij stomen van nieuwsgierigheid.
    ‘Benjamin pak jij even de theedoek?’ Manlief schuift alles wat ik even eerder netjes gedekt had bijna van tafel. Legt het t-shirt netjes uitgevouwen op de campingtafel en strijkt ‘m met zijn handen plat.
    ‘Pap, de vouwen worden echt niet minder hoor.’ Benjamin wil het shirt terug pakken, maar Marcel duwt zijn hand weg.
    ‘Nee, ik moet ‘m nog strijken!’
    ‘Wat was dat vegen met je hand dan?’
    ‘Voorstrijken.’ Klinkt meneer-ik-heb-nog-nooit-een-strijkbout-aangeraakt en klinkt bijna als de prof. Ik brand van verwachting, zou er werkverlichting voor mij in zitten?

Marcel pakt de theedoek van Benjamin aan, legt die op het t-shirt en pakt de pan die ik even eerder op tafel zette om daarmee over theedoek en t-shirt te schuiven. Dat alles onder Benjamins blik. Hij kijkt alsof hij nu zeker weet dat zijn vader compleet verkookt is!
    Tot het theedoek opgetild wordt. Kreukvrij is het niet, maar stukken beter, dat moet Benjamin toegeven.
    Weer iets opgelost. Ik verheug me op ons volgend kampeerprobleem. Geef het een week!





zaterdag 5 augustus 2017

Vet

Een dag niet gezwommen is een dag niet afgekoeld. Of zeg ik beter: een dag zonder plons is een dag verkoold (als in verbrand en een stap daar voorbij).
    Dat geldt op Camping Les Tournels in Ramatuelle in Zuid-Frankrijk bij temperaturen tussen de 33 en 39 graden.

De bosbranden waren geen grap. Die bij St. Tropez konden wij zien vanaf onze camping. Het lag weliswaar 15 km vanaf onze camping (dat moet over de weg zijn, want hemelsbreed was het echt wel dichterbij), maar wij zagen de vlammen op de bergtoppen verderop. Het voelde niet echt relaxed moet ik zeggen.
    Een evacuatie bleef uit. Dat was een opluchting, want we hielden er wel rekening mee.

De droogte in de Var/Cote d’Azur was merkbaar en speelde ook mij parten. Wat liet ik me graag in het zwembad benatten. Een zwembad op de camping is daarom een vereiste op onze overzomeringsplek. Ik zeg maar zo: een camping zonder zwembad is een krampeerplek. Een boeking valt in het water bij het uitblijven van een plonsbad.
    Groot hoeft ie niet te zijn, echter wel in verhouding met de campingbadgasten. Dit jaar was de camping mega (886 staplaatsen). Tel dan gemiddeld drie plekgebruikers per staplaats, dat is 2658 mensen die even het zwembad willen gebruiken. Da’s enorm! Zoals gelukkig het zwembad was.
    Na 27 vakanties met mijn lief, maakte ik zo’n grande zwembad niet mee. Alleen daarom wil ik hier nog eens naar terug verlangen. Voor de rest was het me te groot, hoewel dat alleen merkbaar was aan het aantal voertuigen dat dagelijks langs ons gehuurde grondgebied reed. Het bleef maar broemen naast ons.

Nu even het zwembad in waar de stroomversnelling mijn favoriet was. Heerlijk mindful in het water dobberen en me mee laten voeren door de stroming of manlief. Hij moet gewoon altijd aan me zitten en/of meenemen op zijn benen.
    Ik moet bekennen dat ik een slechte drijver ben en daarom graag een hulpstuk gebruik. Ziedaar de zwembuis - jaren geleden in Frankrijk door Celine gescoord nam ik ‘m dit jaar mee. Zij was deze vakantie niet mee met ons. Zo kon ik mijn hart ophalen.

Benjamin (heeft er ook één) wilde zijn buis niet mee naar Frankrijk, maar maakte daarmee een verkeerde keus. Waar ik lekker relaxed in het water hing of dreef, kostte het hem moeite om zich te laten meevoeren op soms zachte, soms harde stromen.
    Ik hielp mijn hoofd prachtig en moeiteloos boven water. Waar hij een workout deed om boven te blijven drijven.

Natuurlijk leende ik hem soms de buis, maar wat hij ook deed, hij ging met buis en al gewoon kopje onder om uit eigen beweging weer boven te komen.
    ‘Mama, hoe blijf jij zo drijven?’
    ‘Hoe moet ik dat weten?’

Zo ontstond een onderzoek. Ik ontving de buis en ging er lekker op hangen. Benjamin aapte me na. Ik dreef, hij verzoop. Andere manieren werden onder de wateroppervlak getest, maar wat hij ook deed hij ging mee onder het wateroppervlak, waar ik vrolijk mijn haar kon laten drogen.
    ‘Mam, je zou toch denken dat juist jij vanwege je gewicht als eerste zou moeten zinken.’
    ‘En bedankt! Leg er even de nadruk op dat ik de zwaarste van ons ben.’ Ik kijk mijn echtgenoot hulpeloos aan. Hij is van de oplossingen, waar blijft ie nou?
    ‘Misschien moet jij eens lucht happen en vasthouden om te blijven drijven,’ is zijn oplossing voor zoonlief. Et voilá, Benjamin drijft! Tot hij de lucht weg laat lopen. Kijk ter illustratie maar naar dit filmpje:


Afijn, de vraag verdween tot ie een dag later weer boven water kwam drijven.
    Met een onvergetelijke wandeling in de bloedhitte op onze naam, was mijn enige wens een duik. Je moet weten dat ik van enige actie in de hitte een kop krijg als een kreeft, zelfs bij de minste inspanning. Kom maar op met die plons! Het water sist na als ik er in spring.
 
Na een paar minuten in het zwembad zegt Benjamin:
    ‘Mam, je moet langer met je hoofd onder water. Je kop is nog steeds vuurtoren rood.’ Waarop ik flink adem hapte, mijn neus dichtkneep en helemaal en totaal onder water dook. Zonder moeite dreef ik naar boven. Dat deed mijn kont, als leidt die een eigen leven. De billen wilden omhoog.
    Zie je het al voor je? Alles van mij onder water en twee flinke rondingen erboven. Je bedenkt het beeld er zelf maar bij. Geen tiet of bil van deze dame komen boven water op foto of video, laat staan op internet.
    Stand-in billen kon ik natuurlijk niet vinden, wat een uniek achterwerk aantoont.
    Zou het opvallen als ik Marcels billen gebruik?

    ‘Mam, hoe kan dat nou! Jij hebt de grootste dèrière, dus het meeste volume van ons drie, maar die komt als eerste boven.’ En bedankt voor je woordkeus.
    ‘Ik wist het, nu jij ook: mijn kont is speciaal.’
    Tot Marcel ineens in het water stond te stuiteren en spetteren.
    ‘Ik weet het! Ik weet het. Natuurlijk blijven mama’s billen drijven!’
    ‘Oh help, nou zullen we het krijgen,’ klonk ik iets te snel. Benjamin dreef onder Marcels lippen.
    ‘Vet drijft op water!’

zaterdag 29 juli 2017

NPV fotoshoot

Ondanks dat ik ver buiten de gevraagde leeftijdscategorieën val en geen maatje-perfect heb ging mijn vinger naar de knop VERZENDEN. Hiermee melde ik me aan voor een fotoshoot van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV).
    Hun reactie volgde snel: Je hebt een mooi gezicht, dus welkom!
    They made my day. Blijkbaar heb ik een mini-X-factortje.

Allerlei informatie volgde, maar bij het belletje van de styliste voelde ik opkomende stress. De dresscode was duidelijk, maar de rest?
    ‘Wat doe ik met mijn coupe-de-krul?’
    ‘Daar moet je niets mee doen.’
    ‘Wat? Moet ik antipluis overslaan?’ Gelukkig werd die verschrikte reactie niet vereeuwigd.
    ‘Inderdaad, make-up mag ook niet. Ik style het, en ik beloof je dat ik er geen schaar in zet.’

Een dag later was ik opvallend snel klaar met mijn ochtendritueel. Met ontcoupte kop en zonder make-up de deur uit, scheelde me een half uur tutten. Hoewel mijn in een elastiekje gepropte coupe-out-of-bed niet toonbaar was, vond ik alles los laten hangen een groter gevaar. Mede weggebruikers van de A12 zouden zich verschrikt afvragen wie die ontplofte bezem in dat rode karretje is. Boem! Geen confetti maar rondvliegend glas als gevolg.
    Incognito de weg op lukte evenmin, want met groot reclame op mijn wagentje en een vlindertuin die mee vliegt, is schuilen nooit mogelijk.

Gelukkig bereikte ik zonder kijkfile mijn bestemming en maakte ongekend snel kennis met allemaal onbekenden. Verlegenheid slaan we over, want een andere vrouw en ik moesten gestyled worden voor het eerste fotomoment. Een dikke laag plamuur bleef uit, zoals ook mijn haar redelijk á la moi bleef.
 
Daarmee was het tijd om naar een fantastische locatie aan de Neder-Rijn te gaan. Men zocht naar de beste plek, licht, ruimte en achtergrond, terwijl de stylist onze kleding recht trok, een tas over mijn schouder deed en wat frunnikte aan mijn collega-model. We waren er klaar voor om te doen alsof we vriendinnen waren en een serieus gesprek voerden. De ontstane gezelligheid moest even wijken.

Al gauw klikte de camera zich een rikketik. Alles bij elkaar waren we hier zo’n drie kwartier en mochten het resultaat bekijken. Kijk ons staan, kijkend in de verte en in de hoek van de foto een boomtakje dat alles een serene sfeer gaf.
    Niet dat er een boom stond. Wat er wel stond? Iemand die een bloesemtakje vasthield maar buiten beeld bleef. Een geweldig sfeeridee!

Het was 17 mei en 29°C en zou een zonovergoten dag worden. Toch wachtten we regelmatig op voorbij drijvende wolken en juist toen het weer mijn beurt was, vielen flinke spetters op onze hoofden. De winkel waar we bij in de buurt waren, werd onze schuilplaats.
    Ik zat net op dat moment in een rolstoel, want figureerde als rolstoelafhankelijke hulpvrager, en had een tas vol boodschappen op schoot. Nou ja, vol boodschappen? Zo schuilend voor de regen kon ik mooi checken wat ik eigenlijk had gekocht. Komkommer, koekjes, krentenbollen (lekker voor de lunch), thee en hé, een opgerolde jas. Slim, de producten suggereerden een volle tas, maar ondertussen.

Het wachten tot de bui voorbij was, duurde langer dan verwacht. Daar stonden we bij de plantenafdeling. Ik zat prima terwijl de rest ongeduldig op de benen wiebelde.

Tot de regen ophield en de rolstoelduwer me zo van de stoep wilde duwen.
    'Ho, stop! Daar (ik wees er bij) is een roelstoelvriendelijkere plek.' Ik zag al voor me hoe ik uit de rolstoel werd gekatapulteerd en dat ding akelig nodig zou blijken. Mijn duw-ervaring redde me.
    Na herhaald stoep op en af, ik lui geworden van het zitten en de duwer met vermoeide armen, was het voor mij even klaar. Ik had pauze.

Pas later in de middag werd ik verwacht om als adviseur te modelleren.
    Op een lichte plek in het gebouw werd een tafel omgetoverd tot bureau. Wat een laptop, telefoon en andere bureau accessoires al niet doen. De laptop maakte het tot een flexibele werkplek. Zo van: bent u klaar met werken? Sta op, neem uw spullen op en wandel.
    Nu klonk mijn opdracht: ga maar zitten. Ik plofte op de bureaustoel, zakte flink onderuit, gooide mijn benen op tafel en nam de telefoon op:
    ‘Wat mot je?’ Dat moment werd helaas door de fotograaf gemist. Die foto had ik juist zo graag willen hebben.

Al snel zat ik met beide benen op de grond, de telefoon aan mijn (dove) oor en in mijn andere hand een pen. Ik moest zogenaamd aantekeningen maken. Alsof een schrijver kan doen alsof - een schrijver weet altijd iets te schrijven. Niemand had iets door, tot ik het briefje overhandigde.

‘Lieve mensen,
Bedankt voor deze leuke dag.
Ik heb enorm genoten!
Lieve groet,
Irene

Wat bleef? Nog één fotomoment met iemand anders en mijn portretfoto. Ik was de afsluiter van een fantastische dag. Ik voelde moeheid vermengd met enorme voldoening. Het was een mooie dag, maar thuis lonkte.

Daar was manlief die me opwachtte met pen en papier.
    ‘Mag ik een handtekening?’
    ‘Hoezo?’
    ‘Je bent nu toch een beroemde fotomodel?’
    ‘Er werd wel meer gesuggereerd vandaag, die handtekening kan er ook wel bij.’